De economische crisis is achter de rug, betere tijden komen eraan. En nieuwe kansen – we kunnen uitbreiden, investeren, verjongen, wat vet op de botten kweken, of iets heel anders gaan doen. En er komen gemeenteraadsverkiezingen aan.

Dit is mijn laatste column voor Delft.business. Als wethouder, tenminste. Ook voor mij komen er nieuwe kansen aan. Maar een nieuwe ronde begint met het goed afsluiten van de oude. Daar ben ik nu volop mee bezig. In deze eindsprint rond ik dossiers en plannen af, zodat mijn opvolger met een schone lei kan beginnen aan deze prachtige job. En zodat ik kan zeggen dat ik de stad net een beetje beter achterlaat dan toen ik hem aantrof.

Voor mij is Delft een stad met steeds weer nieuwe ronden en kansen. Ik heb aan de TU Delft gestudeerd. Naast mijn technische studie wilde ik graag iets bijdragen aan de stad. Het verbeteren van Delft als fietsstad, leegstaande panden transformeren tot studentenhuisvesting; ik had daar wel ideeën over. Voor ik het wist, zat ik in de gemeenteraad. Na mijn afstuderen kon ik aan de slag als consultant. Binnen een jaar werd ik door STIP gevraagd om wethouder te worden – een eervolle functie, met behoorlijk grote uitdagingen.

Binnenkort sta ik voor een nieuwe ronde met bijbehorende nieuwe uitdagingen. Maar dat betekent ook: verandering. En aarzeling of angst. Ik heb dat eerder ervaren. Kon ik mijn studie wel combineren met het raadswerk? Ik had een baan, moest ik de grote gok nemen om als wethouder Delft mede te willen besturen? Wat doe ik straks ná de gemeenteraadsverkiezingen? Wat ik heb geleerd van mijn voorgaande ronden is dat die nieuwe kansen bieden als ik mijn hart volg en mij niet laat leiden door angst.

Het is nu tijd voor weer een nieuwe ronde. Als raadslid was ik erbij toen in de Spoorzone de eerste schop de grond in ging. Als wethouder heb ik onlangs meegelopen met de Delftse
treintunnelloop, onderdeel van het Feest in de Spoorzone, om te vieren dat de werkzaamheden zijn afgerond. Alleen, afscheid nemen vind ik moeilijk. Ik ga mensen missen. Weer.