
1 oktober 2025
De Stand van Zaken
Robots die door hotelgangen rijden of ondersteuning bieden in het restaurant. Het klinkt misschien als een scène uit een futuristische film, maar binnen het onderzoek van de faculteit Industrieel Ontwerpen van de TU Delft wordt dit scenario uitgebreid onderzocht. Rob van der Valk spreekt uitvoerig met Associate Professor Interaction Design Marco Rozendaal over een onderzoek dat bij Van der Valk Hotel Delft A4 wordt uitgevoerd.
RvdV | We hebben elkaar een keer eerder ontmoet, want jij bent vanuit de TU Delft betrokken bij een onderzoek dat een PhD-kandidaat bij ons uitvoert, maar ik ken je nog niet zo goed. Kun je iets meer vertellen over jezelf en jouw rol in het onderzoek?
MR | Ik werk bij de TU Delft aan de faculteit Industrieel Ontwerpen met als specialisatie interactieontwerp. Bij ons onderzoek draait het om de vraag: hoe kunnen we technologie zó vormgeven dat mensen het begrijpen én dat de technologie ook echt doet waarvoor die bedoeld is? Het ontwerp speelt daarin een cruciale rol. We onderzoeken niet alleen de gebruiksaspecten en de toegevoegde waarde die technologie kan hebben, maar kijken ook naar duurzaamheid en de maatschappelijke impact. We willen technologie ontwerpen die betekenisvol wordt. Niet om mensen te vervangen, maar om de robot te laten werken als een soort sidekick.
RvdV | Interessant. Bij de TU denk je vooral aan wiskunde, rekenen en techniek, maar in jouw werk zit een groot psychologisch aspect, als ik het goed begrijp.
MR | Absoluut. Bij ons draait het om mensen en hun interactie met techniek. Dat maakt ons werk binnen de TU vrij uniek. We combineren creativiteit met kennis en gebruiken daarbij ook inzichten uit de theaterwereld. In het onderzoek van PhD-kandidaat Enne Lampe staat bijvoorbeeld het idee van een ‘rol’ centraal. Zoals een acteur een rol speelt, vervullen medewerkers een rol binnen een organisatie en zelfs een robot kan een rol aannemen. In dit geval onderzoeken we welke rol een robot kan spelen in de sociale omgeving van een hotel of restaurant. Niet alleen als technische hulp, maar misschien ook als onderdeel van de dynamiek tussen keuken, bediening en lobby. Welke nieuwe rollen kunnen daar ontstaan die we nog niet eerder hebben gezien? Om dat beter te begrijpen, kijken we ook naar menselijke bewegingen en hoe robots daarop reageren. Daarom voegen we binnenkort een afstudeerder met een dansachtergrond toe aan het onderzoek. Samen met experts uit de choreografie en robotica onderzoeken we hoe beweging en techniek elkaar versterken en hoe we robots betekenisvol kunnen inzetten.
RvdV | Dat doet me denken aan het gesprek dat ik laatst voerde met de PhD-kandidaat die hier het onderzoek uitvoert. Dat ging over de plek die de robot moet innemen als hij bijvoorbeeld door de gangen in het hotel rijdt. Moet hij stoppen als er een gast aankomt, of langzamer gaan rijden? Hoe kan hij inspelen op de bewegingen van de gast, als die bijvoorbeeld aan de kant gaat om de robot erlangs te laten? Dat zijn dus allemaal situaties waar jullie over nadenken en die jullie onderzoeken?
MR | Ja, zeker. Je wilt vooral dat de robot de situatie goed inschat en bijvoorbeeld opzij gaat of vertraagt wanneer dat nodig is. Maar menselijke bewegingen zijn zó subtiel en gevoelsmatig, dat het een flinke uitdaging is om dat een robot te leren én om het natuurlijk te laten aanvoelen. Wat vind jij eigenlijk van robots die op mensen lijken?
RvdV | Hmm, daar krijg ik niet direct een positief gevoel bij. Dan denk ik aan een scenario waarin de robot de mens vervangt en dat is niet waar dit onderzoek over gaat volgens mij. Er wordt nu gekeken naar robots als aanvulling op mensen, in de vorm van een wagentje bijvoorbeeld. Ik geef, geloof ik, toch de voorkeur aan dát type robots. Hoe kijk jij daarnaar dan?
MR | Een robot met een menselijk uiterlijk roept meteen verwachtingen op: we gaan er al snel vanuit dat hij ook écht menselijke kenmerken heeft. Als dat niet helemaal soepel verloopt, kan het al gauw ongeloofwaardig of zelfs ongemakkelijk aanvoelen. Vaak schatten we de intelligentie van een mensachtige robot te hoog in. In zekere zin kun je het vergelijken met een intelligente tool als ChatGPT: het lijkt alsof die alles kan, maar in werkelijkheid is het vooral een systeem dat taal goed kan verwerken. Daar zitten grenzen aan. Voor mensachtige robots geldt hetzelfde, alleen is de technische en sociale complexiteit nóg groter. Ons onderzoek richt zich daarom niet alleen op de techniek zelf, maar juist op de manier waarop mensen robots ervaren en met ze willen samenwerken. Dat doen we in verschillende sectoren, zoals de zorg, het onderwijs en dus ook de hotellerie. We zijn ontzettend dankbaar dat we het onderzoek hier, binnen jullie bedrijf, kunnen uitvoeren. Mag ik je vragen wat jouw beweegreden was om hieraan mee te doen?
RvdV | Dit onderzoek sluit allereerst aan bij mijn persoonlijke interesse in technologie. Ik experimenteer graag en haal plezier uit mooie innovatieve vondsten. Het geeft mij voldoening om bij te dragen aan de ontwikkeling van nieuwe technologie en zo ook aan duurzaamheid. Wereldwijd gaat de technologische vooruitgang razendsnel, maar over de positie van Nederland maak ik mij eerlijk gezegd geregeld zorgen. Amerika heeft zijn techreuzen en China produceert in hoog tempo. Maar waar staan wij? Het is cruciaal om Nederland relevant te houden. Daarom vind ik het waardevol dat er mensen zijn die zich inzetten om nieuwe ideeën te ontwikkelen. Daar draag ik graag mijn steentje aan bij, hoe klein ook.
MR | Wat hoop jij zelf uiteindelijk uit het onderzoek te halen?
RvdV | Of er voor ons bedrijf concreet iets uitrolt, dat zullen we zien. Het gaat mij er vooral om dat het onderzoek kan plaatsvinden. Ik vind het daarnaast interessant om erachter te komen hoe technologie onze medewerkers écht kan ondersteunen. Als techniek helpt en de omgang ermee natuurlijk voelt, wordt die vaak vanzelf omarmd. Maar wanneer dat gevoel ontbreekt, werkt het juist averechts. Daarom vind ik het belangrijk om te begrijpen hoe mensen nieuwe technologie ervaren en hoe we die zó kunnen inzetten dat het geen belasting is, maar juist een voordeel. Met die kennis kunnen we niet alleen zorgen dat nieuwe technologie binnen ons bedrijf succesvol wordt ingevoerd, maar ook een voorbeeld zijn voor hoe de sector als geheel met dit soort innovatieve oplossingen kan omgaan.
MR | Dat sluit precies aan bij onze aanpak. Wat jij beschrijft – dat technologie alleen werkt als mensen eraan meewerken – noemen wij participatief ontwerpen. Technologie ontwikkelen mét de eindgebruiker, jullie dus, en niet los van elkaar. We willen een robot ontwikkelen in nauwe samenwerking met de mensen die hem straks ook echt gebruiken. Op die manier onderzoeken we niet alleen de technische functie, maar vooral ook hoe de robot een positieve betekenis krijgt. Daarnaast kijken we toekomstgericht: wat gebeurt er als we verschillende wat-als-scenario’s uitspelen en een robot in een nieuwe situatie plaatsen? Als we erin slagen een robot te ontwikkelen die past binnen de dagelijkse praktijk en intuïtief aanvoelt, dan hebben we echt iets waardevols bereikt.




