Column: Janelle Moerman, het Delftse wonder

0

Een museum is veel meer dan het ophangen van een aantal schilderijen. We vertellen niet alleen verhalen over geschiedenis, kunst en erfgoed. We hebben ook een belangrijke maatschappelijke rol.

Ik denk bijvoorbeeld aan de ontwerpwedstrijd voor het affiche voor onze tentoonstelling Art Nouveau | Nieuwe Zakelijkheid | Delft, waaraan honderd studenten meedoen. Aan de stadswandeling ten tijde van diezelfde tentoonstelling langs twintig galeries en bijzondere plekken waar Art Nouveau te zien is. Of aan de vijf TU studenten die afstuderen op het ontwerp van onze MOJO-tentoonstelling. En ook aan de samenwerking met de Delftse voedselbank, rondleidingen voor statushouders en spannend technisch onderzoek door het restauratieatelier van het Rijksmuseum naar de schilderijen van Pieter de Hooch.

Een goed museum verbindt, zoekt samenwerking, levert stad en regio economische waarde op, is een partner voor scholen en maakt ondertussen indrukwekkende tentoonstellingen waar veel publiek op afkomt. Door de grote thematische verschillen tussen de tentoonstellingen die we organiseren – van Art Nouveau tot Willem van Oranje, van MOJO tot Pieter de Hooch – dienen zich ook steeds nieuwe samenwerkingspartners aan. Dat betekent nieuwe ronden met nieuwe kansen. En dat is mooi. We hebben elkaar iets te bieden, want samen zetten we de stad op de kaart. In de Art Nouveau tentoonstelling tonen we dat er tussen 1880 en 1940 een bijzonder verbond was tussen Delftse kunstenaars, de Polytechnische school (voorloper van de TU Delft) en de industrie. Die samenwerking leidde tot prachtige kunstvoorwerpen en wordt ook wel het Delftse wonder genoemd.

Als u straks het winnende tentoonstellingsaffiche in de stad ziet hangen – een pakkend beeld van de beroemde industrieel Van Marken, oprichter van de Koninklijke Nederlandsche Gist & Spiritusfabriek – denk dan aan de mogelijkheden die ú heeft om met ons samen te werken. En bezoek ons museum om het Delftse wonder van samenwerking te bekijken: toen en nu!