Groeien zonder betrokkenheid te verliezen

Groeien zonder betrokkenheid te verliezen

De geur van versgebakken brood prikkelt de neusgaten als je voor de moderne bakkerij in de Harnaschpolder staat. Jeroen Reissenweber — zijn moeder is een Holtkamp — en Joanne Turner zijn de huidige eigenaren van de bakkerij. Zij verwelkomen ons met thee en versgebakken boterkoekjes. Samen met oom Jan Holtkamp duiken we in de geschiedenis van het bakkersbedrijf, dat al meer dan 170 jaar bestaat.

In 1855 begon Jeroens betovergrootvader Martinus Holtkamp als bakker. In het begin trok hij langs boerderijen waar het brood ter plekke werd gebakken. Later vestigde hij zich met een bakkerij aan de Vlaardingsekade in Schipluiden. In manden op de schouders werden ze bezorgd. Later kwam er ander vervoer: de hondenkar, paard en wagen, de trekschuit, bakfiets en bestelbus. De vervoersmiddelen veranderden, maar het ritme bleef hetzelfde: ’s nachts bakken, overdag bezorgen.

Je wist wat je had

Martinus legde de basis voor een familieverhaal dat inmiddels vijf generaties omspant. De bakkerij werd van vader op zoon (of neef) overgedragen. Jan groeide op in een gezin van de derde generatie met maar liefst elf kinderen, van wie zes broers bakker werden. “Het was niet verplicht om bakker te worden, maar veel van ons kozen er wel voor. Het was een warm en gezellig familiebedrijf en je wist wat je had.” Joanne vult aan: “Ik denk dat je broers én zussen, die ook vaak in het bedrijf werkten, zich er heel geborgen voelden. Er waren ook minder mogelijkheden dan nu. Je zei in die tijd niet ‘ik ga een wereldreis maken’. Je volgde vaak vanzelf het pad van je vader.”

Harde leerschool

De jongens die in hun vaders voetsporen traden, gingen al op hun twaalfde naar de Bisschoppelijke Nijverheidsschool in Voorhout. Ze verbleven intern: vier weken op school, één dag thuis. Er heerste een strakke discipline bij de paters. Zijn broers stuurden briefjes waar het heimwee vanaf droop, herinnert Jan zich. Maar zijn ouders gaven geen krimp. “Het was een harde leerschool, maar wel een gedegen vorming.” Die kennis en discipline werden later doorgegeven aan medewerkers. Zo ontstond een hoog kwaliteitsniveau, met degelijkheid en vakmanschap voorop.

In de moderne bakkerij is veel veranderd, maar de gedegen basis en recepturen zijn hetzelfde gebleven, vertelt Jeroen. Ook hij kreeg het vak van jongs af aan mee. “Ik kwam graag in de bakkerij, toen nog van oom Aad, en vond het leuk om mee te helpen. Hard werken, met ruimte voor een grap en een grol.” Op school had Jeroen het door zijn dyslexie minder naar z’n zin. Hij besloot om bakker te worden. Na zijn opleiding en wat jaren werkervaring elders, kwam hij in 1995 in dienst bij het familiebedrijf, waar Aad hem vroeg of hij de zaak op termijn wilde overnemen.

Bakker én ondernemer

Een mooie kans, maar ook een grote stap om ondernemer te worden. Jeroen, die inmiddels zijn partner Joanne had ontmoet, vond het de moeite waard om te laten onderzoeken. Joanne werkte bij de ABN AMRO en wist niets van het bakkersvak. Maar volgens Stichting De jonge bakker vormden ze een ideale combinatie: Joanne met haar administratieve en commerciële achtergrond en Jeroen met zijn kennis van het vak.

Mond vol tanden

Joanne werd door Aads vrouw Jeannette klaargestoomd als winkeldame. Dat was wel even wennen. In de bankwereld is alles netjes en formeel, vertelt ze. “Telefoon opnemen volgens script. Klanten begroeten met een perfect gearticuleerd ‘goedemiddag’. En toen stond ik op de eerste ochtend in de winkel. De deur ging open, een man liep naar binnen, keek me aan en zei: ‘drie bruin’. Geen begroeting, alleen dat. Ik stond met mijn mond vol tanden. Die Midden-Delftlandse directheid overviel me. Gaandeweg ontdekte ik dat als je je klanten beter leert kennen, er achter die korte zinnen warme, eerlijke mensen zaten.”

Afscheid van het vertrouwde

In 2001 namen Jeroen en Joanne de bakkerij over van Aad en Jeannette. “Het pand was toen al niet meer van deze tijd”, vertelt Jeroen. “Te klein, één oven, een kleine vriezer. De productie groeide, er kwamen bulkwagens met meel. Het paste niet meer en zorgde voor overlast.” Op een gegeven moment stonden ze voor de keuze: ingrijpend verbouwen of nieuwbouw. Ze kozen voor het laatste. Verhuizen en afscheid nemen van iets vertrouwds, viel niet mee, zegt Joanne. “De bakkerij hoorde bij het dorp, letterlijk en figuurlijk. Als ik ’s nachts in bed lag en om drie uur de ovens hoorde aanslaan, gaf dat zo’n geruststellend gevoel: de bakkers zijn er.”

Recessie

In 2012 werd het nieuwe pand opgeleverd, met volop werkruimte, meerdere ovens en een gigantische vriezer. De verwachtingen waren hoog, maar het was wennen. “Na een paar nachten hadden de bakkers spierpijn”, lacht Joanne. “En voor koffie moesten ze ineens een trap op. Toen dacht ik: hebben we hier goed aan gedaan?” Net toen iedereen gewend raakte aan de nieuwe werkomgeving, brak de recessie uit. “Dat was misschien wel de spannendste periode”, zegt Jeroen. “We maakten ons zorgen, gaan we dit redden? We hielden het hoofd boven water en het was een geluk dat we de financiering hadden gebaseerd op de bestaande omzet. Daardoor was groei niet noodzakelijk om te kunnen overleven.”

Organische groei

Anno 2026 telt het bedrijf vijf winkels en zo’n vijftig medewerkers. Die groei was nooit strak uitgestippeld. “Er komen dingen op je pad”, zegt Jeroen. Een bakker in Vlaardingen die wilde stoppen, een pand in Delft dat vrijkwam en een collega in Rijswijk die ermee ophield. Toch bewaken ze een duidelijke grens: groeien mag nooit ten koste gaan van kwaliteit en betrokkenheid. “We houden vast aan de familiaire, gezellige sfeer. Want als je je mensen niet meer bij naam kent, klopt het niet meer”, vinden ze.

Samenwerken en slimmer produceren

Naast de eigen winkels levert Holtkamp aan collega-bakkers. Daar zien ze kansen voor samenwerking. Personeel is schaars en zelfstandige bakkers hebben het moeilijk. “Sommigen doen alles alleen. Wij kunnen een grotere productie aan, dus waarom zouden we elkaar niet helpen? Of je nu honderd of tweehonderd broden bakt, dat maakt voor ons niet zoveel uit.” Ook technologie speelt een steeds grotere rol. AI-systemen kunnen de vraag beter voorspellen. “Het weer, vakanties, seizoenspatronen – alles wordt meegenomen. Want inschatten blijft lastig en minder verspilling is belangrijk. Op zaterdag kunnen er zomaar honderd broden retour komen. Maar als we slimmer plannen en samenwerken, maken we de sector sterker, ook voor de generaties na ons.”

Tekst: Ans Meijborg
Fotograaf: Sam Rentmeester

Meedoen?

Nieuwsgierig naar wat we voor u kunnen betekenen? Of uw verhaal delen in een van de ondernemersmagazines van Delft, Rijswijk of Leidschendam-Voorburg? Blader dan eens door de magazines of neem direct contact op.