
20 mei 2026
Opgegroeid met de zaak
Voor kinderen van ondernemers is het bedrijf vaak een vanzelfsprekend onderdeel van het gezin. Meehelpen na school, vakanties die anders lopen dan gepland en gesprekken aan tafel die over de zaak gaan. Wat doet dat met je als kind? En hoe kijken verschillende generaties naar het ondernemerschap van nu?
We spreken erover met ondernemerskoppel Rob en Magchelina van der Valk en hun vaders Rob van der Valk sr. en Alfred Möller. Magchelina groeide op tussen de auto’s in de werkplaats van Möller Autoschade, het bedrijf dat haar vader in 1979 oprichtte en uitbouwde naar een bedrijf met zes vestigingen. Robs ouders waren eigenaar van het iconische Van der Valk-restaurant Plaswijck in Rotterdam. Inmiddels runnen Rob en Magchelina samen het Van der Valk Hotel Delft A4 én hun eigen gezin met twee schoolgaande kinderen. Wat neem je mee van huis uit? Wat laat je bewust achter? En hoe anders is ondernemen anno 2026 dan veertig jaar geleden?
Vijfde gezinslid
Voor Magchelina was het familiebedrijf al vroeg een vanzelfsprekend onderdeel van het gezinsleven. “Je weet als kind niet beter”, zegt ze. “We waren met z’n vieren thuis, maar het bedrijf voelde als een vijfde gezinslid. Ik leerde al jong de telefoon opnemen met voor- én achternaam, voor het geval het een klant was. Toen we tijdens een vakantie hoorden dat er brand was op de zaak, pakten mijn zus en ik alvast de koffers. We wisten: we gaan terug naar huis.” Meehelpen was vanzelfsprekend. “Ik klopte urenbriefjes in, mijn zus stond als klein meisje al auto’s te wassen. Het voelde nooit als een last; het hoorde er gewoon bij. Mijn ouders betrokken ons overal bij. Toen we een ondernemersprijs wonnen, stonden mijn zus en ik ook op het podium. We waren niet alleen onderdeel van het gezin, maar ook van het bedrijf. Daar ben ik altijd trots op geweest.”
Ook een andere kant
Voor Rob jr. is het gevoel bij zijn jeugd minder eenduidig. Een groot deel ervan speelde zich af in het restaurant. “We woonden er tegenover en na school ging ik er altijd naartoe. Het was er gezellig en druk.” Hij snoepte van het deeg van de bakker en met kerst werkte iedereen in het gezin mee. Mooie herinneringen. Maar er was ook een andere kant. Zijn ouders werkten juist wanneer anderen vrij waren. Toen hij ouder werd, voelde hij steeds sterker dat hij zelf ook meer moest bijdragen, al lukte dat niet altijd. Zelfs zijn achternaam had twee kanten: sommige vriendjes kwamen vooral voor de gratis bitterballen. Een tijdlang stelde hij zich daarom zonder achternaam voor.
Way of life
Voor de oudere generatie hoort die voortdurende aanwezigheid bij het ondernemerschap. Het is een way of life, vindt Rob sr. “Als je dit ‘werken’ noemt, hou je het niet vol. Dit is wat je doet, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Natuurlijk zijn er momenten waarop je even afstand kunt nemen, op vakantie bijvoorbeeld. Maar de verantwoordelijkheid blijft altijd, ook als je even weg bent.”
Topsport
Deze manier van ondernemen heeft vanzelfsprekend ook invloed op het gezinsleven. Maar daar dacht je van tevoren helemaal niet over na, vertelt Alfred. “We hadden een zaak, kregen kinderen en ondertussen ging het leven gewoon door, zonder papadag, vierdaagse werkweek of ouderschapsverlof. Pas nu besef ik hoe groot die uitdaging eigenlijk is voor een jong gezin. Je wilt je kinderen goed laten opgroeien, je relatie goed houden én een bedrijf draaiende houden. Dat is topsport. Daar krijgt niemand les in. Dan is het belangrijk dat de thuisbasis stevig is. Mijn vrouw speelde daar de grootste rol in. Zij heeft enorm veel gedaan en dat was niet altijd makkelijk, maar doordat ze vasthield aan haar normen, waarden en verantwoordelijkheid voor de kinderen, zijn zij geworden wie ze nu zijn.”
Verwachtingen
In veel familiebedrijven komt vroeg of laat de vraag op tafel: komt de volgende generatie in de zaak? Volgens Alfred blijft dat vaak onuitgesproken, maar hangt het wel degelijk in de lucht. “Ik denk dat er op het moment dat Rob werd geboren al een beeld was dat hij later iets in het familiebedrijf zou gaan doen.” Rob jr. nuanceert dat beeld. “Wat je vooral meekrijgt, is verantwoordelijkheidsgevoel, discipline en arbeidsethos. Het gaat minder om wát je doet of in welke branche, maar meer om hóe je het doet. Die combinatie van arbeidsethos en duidelijke normen en waarden is misschien wel de echte erfenis van een ondernemersgezin.”
Andere spelregels
Op de vraag wat het grootste verschil is met vroeger, komt het antwoord resoluut: personeel. De arbeidsmarkt is krap, de regeldruk is toegenomen en de verwachtingen van medewerkers zijn veranderd. “Vroeger ging misschien de helft van je energie naar het managen van medewerkers en het creëren van een goede werkcultuur”, zegt Alfred. “Nu merk je dat dat een stuk meer is geworden.” De voorbeelden volgen snel: ziekteverzuim, privacywetgeving, waardoor je als werkgever nauwelijks mag vragen wat er precies aan de hand is, en jongeren die wel wíllen werken, maar dat door regels niet mogen. “Vriendjes van onze zoon willen graag bij ons aan de slag”, vertelt Magchelina. “Maar ze zijn veertien en mogen niet met apparatuur met een snoer werken. En in de ontbijtruimte staan open flessen drank en dat is niet toegestaan. Zo jammer: nu gaan ze aan de slag bij de supermarkt, terwijl ze hartstikke gemotiveerd waren.”
Aandacht voor mensen
Toch blijft de kern van goed werkgeverschap volgens Rob jr. hetzelfde. “Wij zijn niet zachtzinnig en vragen veel van onze mensen. Maar tegelijkertijd staan we er zelf ook. Met kerst werken we ook gewoon veertien uur per dag en hebben we net zo goed pijn in onze voeten. Dat maakt dat je soms veel van mensen kunt vragen. Omdat ze zien dat we het samen doen. Dat ‘met elkaar’ werken is iets wat we van huis uit hebben meegekregen.” Dat vraagt wel om voortdurende aandacht voor medewerkers. “Je moet elke dag scherp zijn: hoe gaat het met ze? Hoe voelen ze zich? Hoe gaat het thuis?” Hij merkt dat daarin steeds meer van werkgevers wordt verwacht. “Laatst was er nog een oproep van de overheid om flyers over huiselijk geweld op de werkvloer neer te leggen”, zegt hij. “Dan denk ik: wat kun je als werkgever hierin betekenen? Er wordt steeds vaker naar bedrijven gekeken, ook bij problemen die buiten het werk spelen. Maar ik ben geen psycholoog of maatschappelijk werker. Ik ben ondernemer. En je moet daarin wel realistisch blijven.” “Dat is precies wat ik bedoel”, beaamt Alfred. “We zijn daarin wat doorgeslagen. Maar tegelijkertijd: elke generatie heeft zijn eigen uitdagingen. Mijn vader zei ooit, toen we van zes naar vijf werkdagen gingen: ‘Nederland gaat naar de knoppen’. En kijk waar we nu staan. Uiteindelijk lost veel zich ook vanzelf weer op.”
Digitalisering
Naast personeel speelt technologie een steeds grotere rol in het ondernemerschap. “Automatisering en digitalisering zijn echt vraagstukken van deze generatie”, zegt Rob jr. “Ik vind dat juist leuk om mee bezig te zijn. Je ziet dat de volgende generatie daar alweer handiger in is. Zij groeien op met social media en IT en gaan er veel vanzelfsprekender mee om dan wij als veertigers.” “Veel dingen die we nu doen, hebben we niet zelf bedacht”, vertelt Magchelina. “Zeker bij marketing spelen de ideeën van jonge medewerkers een belangrijke rol. Jaren geleden heb ik van een medewerker geleerd hoe Instagram werkt”, lacht ze. “Inmiddels hebben we ook iemand die TikTokfilmpjes maakt. Geweldig om te zien hoe zij daarmee bezig zijn.” Volgens haar is dat ook noodzakelijk. “Medewerkers zijn ons grootste kapitaal en hun inbreng moet je stimuleren en koesteren. We vinden het belangrijk om dicht bij de werkvloer te staan en aanspreekbaar te zijn voor iedereen, zodat ideeën en signalen makkelijk gedeeld kunnen worden.”
Wat geven jullie door?
De vraag die boven het gesprek hangt: wat geven jullie door aan de volgende generatie? Niet per se het bedrijf, wel de houding, is de strekking. “Discipline, verantwoordelijkheid, niet weglopen als het moeilijk wordt”, somt Rob jr. op. En misschien nog wel belangrijker: trots. “Ik vind dat we als jongere generatie niet moeten vergeten op welke schouders we staan. Dat geldt ook binnen ons bedrijf. Soms vraag ik me af of er nog genoeg besef is van waar het bedrijf vandaan komt en wat allemaal heeft moeten gebeuren om te komen waar we nu zijn. Het is niet mijn verdienste dat wij hier zitten. Dat is het werk van de generaties vóór ons. In het geval van de Möllers van de vorige generatie, in andere familiebedrijven soms van meerdere generaties. Dat vraagt om een bepaalde dankbaarheid en om de bereidheid om die nalatenschap voort te zetten.”



