
11 januari 2026
Krachtige maritieme sector van groot belang
Ze kennen elkaar al jaren. Toen Marja van Bijsterveldt in Delft burgemeester was en Dimitri van Rijn VVD-fractievoorzitter, troffen ze elkaar vaak, beiden gedreven door dezelfde wil om vooruit te komen en samen te bouwen. Nu kruisen hun paden zich opnieuw. Van Bijsterveldt is gezant voor de maritieme maakindustrie en Van Rijn is CEO van het Rijksregiebureau voor de sector. Samen brengen ze één boodschap krachtig naar voren: Nederland en Europa hebben een sterke maritieme sector nodig.
Toen het vorige kabinet besloot om gericht maritiem industriebeleid te gaan voeren, werkten ze al samen aan het opstellen van de sectoragenda No guts, no Hollands Glorie!. “Het was geweldig om met Marja op te trekken”, zegt Van Rijn. Na de lancering van de agenda werd hij kwartiermaker van het nieuwe Rijksregiebureau, terwijl Marja haar gezantschap tijdelijk moest neerleggen. “Fantastisch dat ze sinds 1 oktober terug is”, zegt hij. Van Bijsterveldt vult aan: “We delen een niet-lullen-maar-poetsen-mentaliteit. Je weet wat je aan elkaar hebt.”
Gedeelde passie
“De maritieme sector is Nederland pur sang”, vindt Van Bijsterveldt. “Onze militaire veiligheid, onze energievoorziening, behoud van droge voeten, de bescherming van onze kritische infrastructuur op zee en onze internationale handel: het gebeurt veelal op, in of onder zee. Als we onze maritieme basis verliezen, verliezen we onze strategische autonomie en houden wij het als land in veel opzichten niet meer droog.”
Van Rijn vult aan: “Het is ook een prachtig stuk maakindustrie: hightech, innovatief en internationaal. De schepen die hier worden ontworpen en de technologie die in Delft ontstaat: absolute wereldtop. Echt Hollands glorie. En juist omdat wij daarin uitblinken, kunnen we Europa veiliger, welvarender en duurzamer helpen maken.”
Delft als maritieme innovatiehub
Hoewel Delft niet aan zee ligt, speelt de stad een bijzondere rol in de sector, benadrukt Van Rijn. “Kijk naar Allseas, wereldleider in offshore engineering. En naar de kennis en innovaties van de TU Delft en Delftse start- en scale-ups in robotica en AI. Die maken bouwen en varen slimmer, sneller, goedkoper en duurzamer. En natuurlijk Buccaneer Delft, dé accelerator voor maritieme en energiestart-ups.”
“Dat laat precies zien waarom de maritieme maakindustrie toekomst heeft”, zegt Van Bijsterveldt. “Delft levert de nieuwe oplossingen: robotisering, digitalisering, composieten, 3D-printing en autonoom varen. Denk aan Flying Fish of CEAD. Delftse studenten en ondernemers denken niet in beperkingen maar in mogelijkheden – precies wat nodig is om de wereldwijde concurrentie voor te blijven.”
Start-ups als driver van vernieuwing
De samenwerking tussen Delftse start-ups en de maritieme sector wordt steeds concreter, ziet Van Rijn dagelijks. “We spreken regelmatig met bedrijven uit het Buccaneer-netwerk: start-ups die nieuwe productiemethoden, predictive maintenance, slimme sensoren, groene brandstoffen en circulair scheepsontwerp ontwikkelen. Zulke innovatieve ideeën hebben we nodig om de werf van de toekomst te bouwen.” Het Rijksregiebureau verbindt deze innovaties aan werven en toeleveranciers en maakt ze zichtbaar binnen de ministeries. “In het belang van ons land moeten we de vernieuwing van de sector versnellen.”
Innovatie als sleutel
Volgens Van Bijsterveldt is innovatie geen luxe, maar pure noodzaak. “De internationale concurrentie is gigantisch. Landen als China investeren massaal in hun maritieme sector. Als wij relevant willen blijven, moeten we slimmer zijn.” Het door het Rijksregiebureau opgezette Maritiem Innovatie Programma helpt daarbij. “Bedrijven kunnen in consortia experimenteren en digitaliseren, met voor elke euro eigen geld een euro publiek geld erbij. Daardoor durven vooral mkb’ers stappen te zetten die anders te risicovol zouden zijn.” De eerste ronde leverde 38 voorstellen op; inmiddels is een nieuwe subsidieregeling geopend.
Van levensbelang
Voor beiden is het zonneklaar: zonder maritieme slagkracht loopt Nederland vast. “De energietransitie op zee, de bescherming van windparken en datakabels, de bouw van marineschepen en onze hightechexport – het hangt allemaal samen”, zegt Van Bijsterveldt. “Hierop bezuinig je niet; dit is de basis van ons verdienvermogen én onze veiligheid.” Van Rijn: “Daarom moeten we de sector versterken, moderniseren en toekomstbestendig maken. Dat is precies wat we nu doen, samen met industrie- en kennispartners.”
No guts, no Hollands Glorie!
De Sectoragenda Maritieme Maakindustrie is het gezamenlijke plan van overheid, bedrijven, regio’s en kennisinstellingen om de maritieme sector toekomstbestendig te maken. De agenda omvat vijf actielijnen met in totaal 25 programmapunten, gericht op:
- Samenwerking en modernisering van de keten.
- Innovatie en verduurzaming, zoals robotisering, automatisering en circulariteit.
- Betere toegang tot financiering, vooral voor het mkb.
- Meer ruimte voor maritieme bedrijvigheid in regels, inkoop en ruimtelijke ordening.
- Een eerlijk Europees en mondiaal speelveld.
- Talentontwikkeling en techniekpromotie.
Het motto No guts, no Hollands Glorie! benadrukt dat behoud en versterking van de Nederlandse maritieme sector lef vraagt en een terugkeer naar actief industriebeleid na jaren van laisser-faire.



